×

Message

EU e-Privacy Directive

This website uses cookies to manage authentication, navigation, and other functions. By using our website, you agree that we can place these types of cookies on your device.

View e-Privacy Directive Documents

View GDPR Documents

You have declined cookies. This decision can be reversed.
Ankervissen

Ankervissen is een van de meest voorkomende soorten van visserij. Hierbij wordt vlak voor de kust of wat verder in zee het anker uitgegooid, waarna er aan bodemvisserij kan worden gedaan. Tijdens het ankervissen wordt er vooral gevist op platvis. Het is de meest rustige vorm van zeevissen en er kan dan ook met twee hengels per opvarende gevist worden. 

De te vangen vissoorten zijn afhankelijk van de tijd van het jaar. In de winter en het voorjaar is het mogelijk om gul (kabeljauw) zeebaars en wijting te vangen. Het hele jaar door kan men vanop de boot schol (pladijs) vangen, al ligt de piek voor deze heerlijke vis van maart tot en met mei. Ook schar kan gedurende het hele jaar gevangen worden. Van november tot en met februari zit de schar kort op de kant, daarna trekken ze naar wat dieper water. Ook bot is een prachtige en vooral lekkere vis die het hele jaar door vanop de boot kan gevangen worden. Toch zijn vooral het voorjaar en najaar de beste periode. In oktober en november neemt deze veelvraat enorm veel voedsel in de ondiepe kustwateren alvorens hij diepere oorden opzoekt. Bot is dan vaak ook veel vleziger in het najaar dan in het voorjaar. En natuurlijk kan er ook tong gevangen worden. Zo vanaf mei ontwaakt de tong uit haar 'winterslaap' en nestelt ze zich in modderige en zanderige bodems waar ze zich overdag vaak ingraaft en wacht op de nachtelijke uren om te jagen. Toch kan er overdag ook op tong gevist worden. Vooral in het voorjaar is de tong uitgehongerd en jaagt ze vaak ook overdag. De tong is een vis die maximaal 60 centimeter groot kan worden en tot 3 kilogram kan wegen. In onze regio is de tong echter kleiner, met een gemiddelde grootte van 27 tot 35 centimeter. 

Om op de bodem te vissen wordt er gebruik gemaakt van een ankerlood met een gewicht tussen 180gr en 250gr. Net boven het ankerlood wordt een onderlijn of paternoster bevestigd met 2 of 3 haken. De haakgrootte hangt af van de vis die men wil vangen. Een allround haak voor platvis is toch wel haakmaat 4, maar voor tong is het bijvoorbeeld beter om met haakmaat 6 te vissen en voor bot gebruik je dan weer beter haakmaat 2. 

Als aas wordt er veelal met tappen gevist. Er bestaan Franse tappen maar bijvoorbeeld ook Zeeuwse tappen. Een tap is een soort van worm die veel taaier is als zeepieren (leeglopers). Ook zagers (zowel gekweekte als steekzagers) behoren tot de te gebruiken aassoorten. De voorkeur ligt toch nog steeds bij de tap, die veel duurzamer is en langer op de haak blijft zitten. Voor de tongvisserij is het dan weer aangeraden om zagers te gebruiken. En dan liefst zagers die al enkele dagen oud zijn (en al een geurtje hebben). 

Om een hele dag met twee lijnen met tappen te vissen reken ik ongeveer 3 tot 4 pakjes per dag. Elk pakje bevat ongeveer 10 tappen die je in stukjes kan knippen. Om met zeepieren te vissen heb je al snel 250 tot 350 gram per dag nodig. Hetzelfde geldt voor zagers. Als je mee gaat vissen, en je weet geen raad met het aas, kan ik dat voorzien.